MaasBandProject
2019 - 2025

(achtergrondfoto © MaasBandProject)

Kennismaking met het MaasBandProject.

Een meerjarig landschapshistorisch onderzoek bij Maasband (gemeente Stein) naar de relatie mens-rivier.
Auteurs: Rob Paulussen1 en Wil Klarenaar2


Inleiding

Het zal ergens medio 2018 zijn geweest dat Har Wijnen, streekhistoricus en voormalig inwoner van Meers, contact zocht met de sectie archeologie van het LGOG (destijds nog aangeduid als AVL3) over de ontgrondingsplannen bij Maasband. Deze plannen, in het kader van het rivierverruimingsproject Grensmaas, bestonden uit de aanleg van een ongeveer twee kilometer lange nevengeul rondom het gehucht Maasband in de gemeente Stein. De aanleg van deze geul heeft, samen met rivierverruimingsprojecten en dijkversterkingen op andere locaties langs de Grensmaas, als hoofddoel een betere hoogwaterbescherming, zodat de omvangrijke overstromingen van 1993 en 1995 verleden tijd zouden zijn. Bij toekomstig extreem hoogwater kan de nevengeul een groot deel van de waterafvoer langs de westzijde van Maasband opvangen en aan de oostzijde omleiden zodat dorp en inwoners geen natte voeten krijgen. De geul doorsnijdt straks voor een deel het zogenaamde Maasbanderveld, een oud akkercomplex tussen Maasband en een oude stroomgeullaagte met pal ten oosten daarvan de historische Oeverendijk. Een hoogwaterbrug over de nevengeul gaat zorgen voor een permanent droge verbinding van Maasband met de nieuwe Maasoever. De aanleg van de nevengeul en de bouw van de hoogwaterbrug moeten worden gerealiseerd tussen 2021 en 2024.

Afb. 1: ANH-hoogtebeeld van de onderzoeksgebied met de 18 geselecteerde onderzoekslocaties.                                          De deelgebieden A en B1 zijn relatief hoog gelegen zones binnen het landschap. Deelgebied A1 is de historische kern van Maasband (bron: Borgh e.a. 20204).

 Door de aanleg van de circa acht meter diepe nevengeul zal een omvangrijk deel van het oude cultuurlandschap rondom Maasband verdwijnen. Het gebied waarin dit gaat gebeuren is circa 37 hectare groot. In eerste instantie is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in 2005 op basis van archeologisch vooronderzoek besloten om hier slechts beperkt archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Dit zou moeten bestaan uit de inspectie van een aantal natte laagtes op de aanwezigheid van scheepvaartresten. 

Door het initiatief van Har is in 2019 door de Stichting Erfgoed Stein in samenwerking met het LGOG, aangegeven dat het geplande beperkte archeologische onderzoek, louter gericht op scheepvaartresten, geen recht doet aan de (verwachte) landschapshistorische waarden. Voorgesteld is om alsnog een integraal landschapshistorisch onderzoek uit te laten voeren naar het alluviale cultuurlandschap. Op basis van overleg tussen het Consortium Grensmaas, de RCE en de leden van de opgerichte landschapshistorische werkgroep ‘MaasBandProject’, is besloten om de in 2005 vastgestelde aandachtsgebieden ter plaatse van de geplande nevengeul bij Maasband los te laten. In plaats daarvan is in samenwerking met de werkgroep over gegaan tot de uitvoering van dit bredere landschapshistorisch onderzoek. De hoofddoelstelling is om meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling en het functioneren van het relatief jonge Maasdallandschap, in het bijzonder van de historische nederzetting Maasband met omliggend oud cultuurland en de relatie van dit historisch landschap met de vroegere dynamiek van de Maas. Het onderzoek zal aandacht besteden aan alle tijdsperioden waarin het landschap is vormgegeven, inclusief de middeleeuwen en nieuwe tijd tot en met de vroeg-industriële fase (19e en begin 20e eeuw).

De eerste fase in het landschapshistorisch onderzoek betrof het uitvoeren van een uitgebreide bureaustudie. De resultaten hiervan, inclusief een hierop gebaseerd verwachtingsmodel vormden de basis voor de selectie van onderzoekslocaties en de wijze waarop het veldonderzoek zou worden uitgevoerd. Deze bureaustudie is in de periode 2019-2020 verricht en kan via de website van het MaasBandProject of het LGOG worden gedownload5. In totaal zijn met behulp van deze studie achttien onderzoekslocaties geselecteerd (afb. 1). Het veldonderzoek is nog gaande en zal naar verwachting pas eind 2024 of begin 2025 worden afgesloten. Sinds de aanvang van het veldonderzoek zijn aan de vooraf geselecteerde locaties tijdens de verschillende terreinbezoeken nog eens 25 nieuwe onderzoekslocaties toegevoegd.

Bureaustudie

 

De bureaustudie had als doel om al bekende landschapshistorische gegevens in beeld te brengen. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen archeologische, aardkundige en historisch-geografische waarden. Op basis van deze gegevens is een verwachtingsmodel gemaakt. Het betreft feitelijk een beschrijving en analyse van alle tot dusver bekende landschapshistorische gegevens.
Aandachtspunten tijdens dit vooronderzoek waren onder andere historische wegen, paden en dijken, grensstenen, het ontstaan en de ontwikkeling van stroomgeulen, oever- en dijkdoorbraken - ook in relatie tot historische overstromingen - lijnpaden, Maasveren en bijbehorende aanlegconstructies, het (agrarisch) gebruik van het landschap inclusief de oude stroomgeulen, resten van Maasvaart etc.
Belangrijk element in dit onderzoek, dat ook in de belangstelling staat bij de afdeling landschap van de RCE, vormen de historische dijken die tot dusver in de reguliere archeologische vooronderzoeken zijn genegeerd. De vraag is hoe deze Limburgse Maasdijken hebben gefunctioneerd, hoe oud ze zijn en hoe ze tot stand zijn gekomen. Tot nu is hier nog zeer weinig aandacht aan geschonken. Een bijzondere locatie betreft een vermoedelijke ijzertijdvindplaats binnen het zuidelijke deel van het ontgrondingsgebied, pal naast een oude Maasloop.
Oude Maaslopen staan al heel lang in de belangstelling bij de bewoners van het Maasdal en in het bijzonder de heemkundigen die zich hiermee bezighouden. Vooral de zoektocht naar de Romeinse Maas is tot op heden een actueel thema. In de bureaustudie wordt hier dan ook gericht aandacht aan besteed.


1. Rob Paulussen is voorzitter van de werkgroep MaasBandProject, lid van de cie. Landschapsgeschiedenis van het LGOG  en werkzaam als (geo)archeoloog bij ArcheoPro (r.paulussen@archeopro.nl).

2.Wil Klarenaar is lid van de werkgroep MaasBandPoject en werkzaam als materiaalonderzoeker bij SGS Intron (wil.klarenaar@sgs.com)

3.Archeologische Vereniging Limburg














4. Borgh, van der H., P. Caljé,          M. van Es, W. Hendrix,                      W.Janssen, W. Klarenaar.                    D. Lemmens, R. Paulussen,                 G.Peters, L. Wiggers en H. Wijnen, 2020. Het Maasbandproject. Archeologisch en landschapshistorisch bureauonderzoek van de Grensmaas - deellocatie
Maasband - gemeente Stein.










5. https://www.maasbandproject.nl/Het-MaasBandProject/Onze-onderzoeken/Bureaustudie/

 

Afb. 2: Luchtfoto gemaakt van het gebied Maasband op 23 december 1993 tijdens het extreem hoogwater1.
Zicht in noordoostelijke richting. De gele lijnen markeren oude stroomgeulen ter plaatse van het Maasbanderveld tussen Maasband en de Oeverendijk. De lichtblauwe lijn markeert de oude meanderbocht van
Leuth. De donkerblauwe lijn duidt de actuele Maasbedding aan. Ur = Urmond, Ma = Maasband, St = Stein.
(bron: Archief RWS, B. van Eyck)

Voor de eerste analyse hiervan rondom Maasband, is onder andere gebruik gemaakt van luchtfoto’s van Rijkswaterstaat, gemaakt tijdens het hoogwater van 1993 en van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Afb. 2 toont een hoogwaterfoto uit 1993 genomen vanaf de Belgische zijde. Met behulp hiervan lijken er twee oude stroomgeulen ten oosten van Maasband herkenbaar. De meest oostelijke geul wordt zichtbaar begrensd door de historische Oeverendijk-Scheveleerkoelendijk. De eerste vermelding van dit dijklichaam dateert uit 1656. Wanneer de dijk is aangelegd is nog onbekend. Op basis van de kaart- en fotoanalyses wordt aangenomen dat er sprake is geweest van een zich door erosie in de buitenbocht van de stroomgeul oostwaarts verplaatsende meanderbocht waarvan de verplaatsing op enig moment is afgeremd door de aanleg van de Oeverendijk.

Een bijzonder historisch element binnen het ontgrondingsgebied betrof de zogenaamde gebrande steen. Het betreft een grenssteen die ooit het punt vormde waar de grenzen van vijf heerlijkheden rondom Maasband - Eisden, Leuth, Vucht, Stein en Elsloo - bij elkaar kwamen. Deze grenssteen zou op geringe afstand ten zuidoosten van Maasband moeten hebben gestaan. Hoogstwaarschijnlijk was het een grote stenen grenspaal. De Gebrande Stein wordt in historische documenten ook wel Blauwe Stein genoemd, mogelijk omdat deze van blauwkleurige Naamse hardsteen is gemaakt. Op een kaart van de heerlijkheid Elsloo uit 1686 staat de Gebrande Stein gemarkeerd (figuur 2). De eerste schriftelijke verwijzing naar deze grensmarkering dateert echter al uit 1612. De vraag was of de grenssteen nog in de bodem op zijn oorspronkelijke plek aanwezig was. Om de steen op te sporen moest de meest waarschijnlijke plek zo goed als mogelijk worden bepaald. Leden van de werkgroep hebben dit gedaan. Met behulp van historische kaarten en georeferentie hebben zij de vermoedelijke positie eerst op kaart en later ook in het veld aangeduid (afb. 3). Gravend onderzoek zou vervolgens moeten uitwijzen of de steen er nog ligt en hoe deze eruit ziet.



 Afb. 3: Plaatsbepaling van de Gebrande Stein met behulp van historische kaarten (bron: van der Borgh e.a. 2020).



Afb. 4: Pal nabij de vermoede plek van de Gebrande Steen werd dicht onder het maaiveld de Napoleontische reynsteen aangetroffen (foto: W. Klarenaar)

Over de geschiedenis van Maasband zelf is tot op heden vrij weinig bekend ondanks de uitgebreide bureaustudie. Maasband ontleent haar naam aan de ligging langs de Maas te midden van hooigraslanden, de zogenaamde beemden. In een gerechtsdossier uit 1562 wordt verwezen naar de situatie bij Maasband rond 1500. De nederzetting Maasband lijkt daarmee in elk geval van vóór 1500 te dateren. Hoewel er ten zuiden van Maasband, richting Meers, sporen van bewoning in de ijzertijd zijn gevonden, duidt er vooralsnog niets op bewoningscontinuïteit. Misschien dat het door de werkgroep geplande CARE-project kan bijdragen aan het achterhalen van het ontstaan van Maasband.6

Een bijzonder fenomeen binnen de Maasbander gemeenschap tijdens het ancien régime (1450-1800) is dat het zuidelijke deel van het gehucht, behorend tot heerlijkheid Leuth, protestants was en het noordelijke deel, dat bij Eisden hoorde, daarentegen katholiek. Het ontstaan van vroege protestantse enclaves langs de Maas, binnen het katholieke zuiden, kan hebben samengehangen met de vroegmoderne scheepvaartverbinding met de Noordelijke Nederlanden.

Veldonderzoek
Op 2 maart 2020 is door bureau RAAP het eerste veldonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het westelijke bruggenhoofd van de geplande hoogwaterbrug. Hier zou volgens de bureaustudie de Gebrande Stein moeten hebben gestaan. De historische grenssteen werd helaas niet gevonden maar wel een nazaat ervan. Op minder dan twee meter afstand van de voorspelde locatie bevond zich dicht onder het maaiveld, een kleine, hardstenen paal die een duidelijke markeringsfunctie moet hebben gehad (afb. 4). De gevonden steen betreft een rechthoekige, blokvormige kolenkalksteen met bewerkingssporen waarvan de top glad is afgewerkt. Op de steen zijn geen nummers of tekst aangebracht. Volgens RAAP is het niet aannemelijk dat de steen in verband kan worden gebracht met de verwachte historische grensmarkering. Dergelijke grensstenen zijn normaliter groter in omvang, voorzien van tekstband van de aanliggende heerlijkheden en in sommige gevallen ook voorzien van ingehakte wapenborden van de desbetreffende heerlijkheden. De onderzoekers geven aan dat het mogelijk een zogenaamde ‘reynsteen’ betreft die tot diep in de twintigste eeuw de grens van een landbouwperceel markeerde.7
Het is wel opvallend dat de locatie van de aangetroffen kavelgrenssteen nagenoeg overeenkomt met die van de vermoede ‘Gebrande Stein’. Naar het verband tussen deze twee grensmarkeringen is het echter gissen. Een mogelijke verklaring zou volgens de onderzoekers kunnen zijn dat de Gebrande Stein als grens tussen de voormalige heerlijkheden ook als markering van een akker is benut. Nadat de grens tussen de heerlijkheden in de Napoleontische tijd is komen te vervallen, verviel daarmee ook de functie van de Gebrande Stein en is deze verwijderd en vervangen door de reynsteen. Een interessante gedachte is of de steen wellicht nog elders in Maasband is hergebruikt. 

Afb. 5: De vondst van een leren schoenzool in de
klei van een dichtgeslibde oude stroomgeul op locatie 5 (foto: W. Klarenaar).

In april 2020 is door een team van het MaasBandProject een eerste veldonderzoek uitgevoerd. Het betrof een groot bodemprofiel in het zuidelijke deel dwars over de toekomstige nevengeul tussen de nieuwe hoogwaterbrug en de Veldschuurdijk. Op de overgang van het grindpakket naar de bovenliggende zand- en leemafzettingen werd een donkere, sterk humeuze kleilaag aangetroffen. Zowel de aard van de kleilaag als de vorm duiden op een voormalige, relatief ondiepe stroomgeul van de Maas die in de beginfase, nadat de hoofdstroom een andere loop heeft gekozen, zeer langzaam is dichtgeslibd. Tijdens het opschonen van het profiel werd aan de basis van de kleilaag in deze restgeul het eerste artefact aangetroffen in de vorm van een fragment van een leren schoenzool (afb. 5). Een C14-datering van bladresten uit het restgeulsediment iets verder zuidelijk, gaf een ouderdom van circa 259 n. Chr. Dit betekent dat er op de plek van de geplande nevengeul sprake is geweest van een Romeinse Maasloop ten oosten van Maasband. Een tweede C14 datering van een oude stroomgeulvulling in het noordelijke deel van het plangebied, leverde een ouderdom van 346 n. Chr. op.

Naast de Romeinse restgeul is in de zomer van 2022 met een opgravingscampagne een kleine ijzertijdnederzetting blootgelegd (afb. 6). Eén van mooiere vondsten, afkomstig uit een afvalkuil, betreft een bronzen La Tène D fibula (afb. 7). Dateringen middels C14-analyses van bot- en houtskoolvondsten plaatsen de nederzetting, naar verwachting een erf van een boerderij, in de 5e eeuw v. Chr (midden-ijzertijd).




6. CARE staat voor Community Archaeology Rural Environment. De bedoeling van het CARE-project is dat de inwoners van Maasband zelf op zoek gaan naar de geschiedenis van een woonplek door middel van het graven van kleine archeologische proefputten.











7.Roymans, J.A.M., 2021. Onderzoek Naar De Gebrande
Stein In Ontgraving Hoogwaterbrug Grensmaas te Maasband, gemeente Stein; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek - variant archeologische begeleiding. RAAP-rapport 4688


Afb. 6: Opgravingsonderzoek van de ijzertijdnederzetting op locatie 2 (foto: J. Pietersen).

Afb. 7: Bronzen La Tène D fibula uit een afvalkuil op locatie 2 (foto: R. Paulussen)

In het resterende deel van de zeer droge en warme zomer van 2022 zijn op meerdere plekken binnen het plangebied, met ondersteuning van het Consortium Grensmaas, grote proef- en profielsleuven aangelegd (afb. 8). Doel hiervan was met name te achterhalen hoe en wanneer het Maasbanderveld in de loop der tijd door de werking van de Maas is ontstaan en welke resten van agrarisch gebruik nu nog teruggevonden zouden kunnen worden. Een van de opvallendste constateringen was dat het actuele reliëf van oude stroomgeulen en stroomruggen zich niet manifesteerde in de onderliggende grindafzettingen van de eertijds actieve Maasloop.



 

Afb. 8. Aanleggen van een onderzoekssleuf door het Maasbanderveld en dwars op de vermoede
oude stroomgeul op locatie 9 (foto: W. Klarenaar).

In februari 2023 werd bij toeval een nieuwe vindplaats aangetroffen, nummer 28. In een pakket Maasafzettingen bestaande uit zand, leem en klei werden grote aantallen botmateriaal en leerresten aangetroffen samen met hoge concentraties steenkool en verbrandingsslak. Grondsporen ontbraken echter. Al snel werd duidelijk dat het geen zogenaamde sporenvindplaats betrof waar mensen op enig moment gewoond en/of gewerkt hebben, maar een plek waar materiaal door de Maas is bijeen gespoeld en achtergelaten. Een enkele dierenschedel toonde sporen die vooralsnog duiden op slachtafval (afb. 9). De leerresten bestaan zeer opmerkelijk vooral uit damesschoenscholen naast snijafval. Er is nog geen datering verricht maar vermoedelijk betreft het 15e eeuw materiaal. Maar waar komt het vandaan en waarom zo’n concentratie van steenkool, slak en bot- en leermateriaal?

 







Afb. 9: Dierenschedel met hak- of snijspoor (links) en lederen schoenzool (rechts) afkomstig van locatie 28 (foto’s: R. Paulussen)

De hier kort beschreven waarnemingen die gedurende de afgelopen tweeënhalf jaar zijn gedaan, vormen slechts een fractie van alle onderzoeksbevindingen tot nog toe. Nader specialistisch onderzoek is nog nodig. Een belangrijk veldonderzoek dat nog moet worden uitgevoerd betreft het onderzoek van de oudste dijk binnen het plangebied, de Veldschuurdijk die in elk geval van voor 1612 dateert.

Citizen science project
Het MaasBandProject is bij uitstek een citizen science project. Citizen science, ook wel burgerwetenschap genoemd, is onderzoek dat in zijn geheel of deels door niet-professionele, niet formeel opgeleide onderzoekers (amateur-wetenschappers of vrijwilligers) wordt uitgevoerd, meestal onder begeleiding van of in samenwerking met professionele wetenschappers met wel een formele opleiding. Bekende voorbeelden van citizen scientists op het gebied van historie en archeologie in en rondom de gemeente Stein, die belangrijke bijdragen aan het wetenschappelijke onderzoek van het verleden hebben geleverd, zijn dr. Beckers (1862-1950) en pater Munsters (1906-1993).

Citizen scientists onderscheiden zich van verzamelaars doordat ze op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde manier gegevens verzamelen, analyseren en publiceren. Binnen het MaasBandProject is deze manier van (samen)werken een basisprincipe (afb. 10).  De betrouwbaarheid van de verzamelende en gepresenteerde gegevens is daarbij een voorwaarde. Binnen het MaasBandProject wordt hier invulling aan gegeven door de medewerking van professionele archeologen vanuit de bureaus ArcheoPro en Transect.

Het voordeel van een citizen science project is meervoudig. Door een samenwerking tussen mensen met verschillende achtergronden is de leercurve voor alle deelnemers zeer hoog. Met name de niet-professionele projectdeelnemers zijn vaak afkomstig uit de lokale gemeenschap en vormen daarmee een belangrijke schakel tussen maatschappij en wetenschap. Bijkomend praktisch voordeel is dat citizen science veelal veel goedkoper is dan wanneer het onderzoek door professionals zou worden verricht. Een onderzoek als het MaasBandProject zou dan nooit zijn uitgevoerd.
Bij dit laatste pluspunt moet men wel erop bedacht zijn dat citizen scientists niet misbruikt worden vanuit financieel oogpunt. Het onderzoek mag niet gaan “concurreren” met de reguliere onderzoeksverplichtingen zoals bijvoorbeeld de onderzoeken die wettelijk verplicht zijn ten behoeve van de archeologische monumentenzorg.

Wie nog wil deelnemen aan het MaasBandProject kan zich hiervoor aanmelden via maasbandproject@gmail.com. Meer informatie is ook terug te vinden op de website www.maasbandproject.nl en via facebook: www.facebook.com/MaasBandProject.

Het MaasBandProject wordt (financieel) ondersteund door diverse partners, waaronder de Provincie Limburg, de gemeente Stein, het Prins Bernard Cultuurfonds, het Cultuurparticipatiefonds, de RCE, Transect, ArcheoPro, het Consortium Grensmaas en de firma L’Ortye.

Afb. 10: Citizen science in de praktijk: Wil Klarenaar en Bram Cleuskens bepalen de oriëntatie van het bodemprofiel waar grondmonsters genomen gaan worden (foto: R. Paulussen).



Maak kennis met de werkgroep, de vrijwilligers :


en het Citizen Science project :

 










 
 
 
E-mailen
Map
Info