MaasBandProject
2019 - 2026

Van metaalvondst tot wetenschappelijk rapport



Hoe een bijzondere publieksworkshop archeologie tastbaar maakte voor tientallen deelnemers
Soms ontstaan de mooiste archeologische initiatieven niet tijdens een grote opgraving of wetenschappelijk congres, maar gewoon tijdens een gesprek aan tafel. Dat gebeurde ook bij het MaasBandProject, waar al enige tijd een grote hoeveelheid metaalvondsten lag te wachten op verdere verwerking. Het ging om ongeveer 120 objecten die in de loop der jaren verzameld waren tijdens archeologisch onderzoek en via metaaldetectie in en rond Maasband.
De vraag die boven de tafel hing was eigenlijk eenvoudig: 
wat gaan we hiermee doen?
Want hoewel een vondst op zichzelf al bijzonder kan zijn, begint het echte archeologische werk vaak pas ná de ontdekking. Een object moet immers schoongemaakt, onderzocht, gemeten, gefotografeerd, geconserveerd en geregistreerd worden voordat het uiteindelijk een plaats kan krijgen binnen een wetenschappelijk rapport of museumcollectie.
Tijdens gesprekken tussen Rens Dormans van Stichting Erfgoed Stein en Rob Paulussen, voorzitter van het MaasBandProject en archeoloog, ontstond toen een opvallend idee. Waarom zouden we dit proces niet openstellen voor het publiek? Waarom mensen niet zelf laten ervaren hoeveel werk, kennis en samenwerking er nodig is voordat een archeologische vondst daadwerkelijk onderdeel wordt van de geschiedenis?
Dat idee groeide al snel uit tot een ambitieus plan: een grote publieksworkshop waarin deelnemers zélf alle stappen van het archeologische proces zouden meemaken.

Een idee dat direct aansloeg
Toen eenmaal besloten was de workshop daadwerkelijk te organiseren, werd zaterdag 2 mei gekozen als datum. De activiteit zou plaatsvinden van 13.30 tot 17.00 uur in het Archeologisch Museum Stein.
Niemand binnen de organisatie had verwacht hoe snel het initiatief zou aanslaan.
Vrijwel direct na het openen van de inschrijving begonnen de aanmeldingen binnen te stromen. Binnen twee dagen hadden zich al veertig deelnemers aangemeld. Daarmee zat de workshop feitelijk al vol en moest de inschrijving vroegtijdig worden stopgezet.
Maar zelfs daarna bleven de reacties binnenkomen. Mensen wilden alsnog deelnemen, informeerden naar een eventuele tweede editie of vroegen of ze op een wachtlijst geplaatst konden worden. Voor de organisatie was dat misschien wel het eerste signaal dat archeologie veel meer leeft onder het publiek dan vaak gedacht wordt.
Blijkbaar bestaat er een grote behoefte om niet alleen naar geschiedenis te kijken, maar er ook actief onderdeel van te worden.










Archeologie als proces
Vanaf het begin was duidelijk dat deze workshop meer moest worden dan een demonstratie. Het publiek moest echt kunnen ervaren hoe archeologisch onderzoek in de praktijk werkt.
De bedoeling was daarom dat iedere deelnemer met een echte vondst langs alle belangrijke stations van het archeologische proces zou gaan. Gelukkig waren alle objecten al verpakt in zakjes met vondstnummers en locatiegegevens, waardoor een eerste belangrijke administratieve stap reeds voltooid was.
Vervolgens werd een volledig werkproces uitgewerkt. De deelnemers zouden kennismaken met:
• het schoonmaken van de vondsten
• determinatie (wat is het object en waar werd het voor gebruikt)
• XRF-analyse
• wegen en meten
• fotograferen
• conserveren
• en als laatste de registratie
Juist die laatste stap bleek later voor veel deelnemers een openbaring te zijn. Waar men vaak denkt dat archeologie vooral draait om “iets vinden”, ontdekten bezoekers nu hoeveel administratie, documentatie en onderzoek er nodig is voordat een object daadwerkelijk wetenschappelijke waarde krijgt.
Het werd langzaam duidelijk dat niet de vondst alleen centraal staat, maar vooral de context waarin deze gevonden is.

Specialisten en vrijwilligers
Voor een workshop van deze omvang was deskundige begeleiding essentieel. Het zou immers gaan om echte archeologische vondsten die uiteindelijk verwerkt zouden worden in een wetenschappelijk rapport. Zorgvuldigheid stond daarom voorop.
Voor het onderdeel schoonmaken werd de hulp ingeschakeld van Rasmus Thelen van Restaura, die met zijn ervaring op het gebied van conservering en restauratie een belangrijke bijdrage leverde.
Daarnaast sloten meerdere specialisten zich aan bij het project. Archeoloog Rob Paulussen begeleidde samen met Hanne de Langhe, archeologe uit België het totale proces. Rens Dormans ondersteunde met zijn kennis de determinatie van verschillende objecten. Wil Klarenaar en Frank van Eijnatten beiden van SGS Intron verzorgden de XRF-analyses, waarmee d.m.v. straling de samenstelling van metalen onderzocht wordt. Danny Lemmens ondersteunde bij het juist fotograferen van de objecten.
Ingrid Lohuis speelde een centrale rol binnen de organisatie voor de administratieve handelingen. Namens Stichting Erfgoed Stein hielpen John Pernis, Cindy Leurs en John Pernis op verschillende processen.
Juist die combinatie van professionals, ervaren vrijwilligers en enthousiaste deelnemers gaf de workshop een bijzonder karakter. Er ontstond een sfeer waarin kennisdeling centraal stond en waarin archeologie toegankelijk werd gemaakt zonder de wetenschappelijke waarde uit het oog te verliezen.

Een samenwerking die mens en verbindt
De workshop kwam tot stand dankzij een intensieve samenwerking tussen drie partijen: het MaasBandProject, LGOG sectie archeologie en Stichting Erfgoed Stein sectie archeologie.
Dat meerdere organisaties gezamenlijk de schouders onder dit initiatief zetten, maakte het project extra bijzonder. Iedere partij bracht eigen kennis, ervaring en vrijwilligers mee, waardoor een breed gedragen samenwerking ontstond.
Achter de schermen moest ondertussen nog veel geregeld worden. Ingrid hield zich bezig met de aanschaf van allerlei benodigdheden. Daarbij moest gedacht worden aan speciale archeologische meetlatten, weegschaaltjes, schoonmaakmateriaal en registratieformulieren.
Rens onderzocht ondertussen de mogelijkheden om de workshop in het Archeologisch Museum Stein te organiseren. Dat bleek gelukkig mogelijk, waardoor de activiteit letterlijk tussen de archeologische collectie kon plaatsvinden. Die omgeving gaf de workshop direct extra sfeer en betekenis.
Ook logistiek vroeg het project de nodige voorbereiding. Hoe laat je veertig mensen efficiënt werken zonder opstoppingen bij bepaalde onderdelen? Daar werd slim op ingespeeld door een aantal vondsten vooraf reeds schoon te maken, zodat deelnemers beter verspreid konden worden over de verschillende stations.
Op vrijdag 1 mei kwamen meerdere vrijwilligers alvast bijeen om tafels op te bouwen, werkstations in te richten en materialen klaar te leggen. Alles moest perfect voorbereid zijn voordat de deelnemers de volgende dag zouden arriveren.

Een middag vol concentratie
Zoals bij iedere grote activiteit was er op de dag zelf toch enige spanning aanwezig binnen de organisatie. Zou iedereen komen opdagen? Waren alle materialen aanwezig? Was overal aan gedacht?
Bij gratis activiteiten bestaat bovendien altijd het risico dat deelnemers uiteindelijk afhaken. Maar die zorgen bleken grotendeels onnodig.
Uiteindelijk namen 35 personen actief deel aan de workshop — een uitstekend resultaat.
Vanaf 13.00 uur druppelden de deelnemers langzaam binnen in het museum. Opvallend was vooral de diversiteit van de groep. Jongeren, ouderen, mannen en vrouwen: allemaal deelden zij dezelfde nieuwsgierigheid naar archeologie en de geschiedenis van hun eigen regio.
Nadat iedereen een naambadge had ontvangen, werd de middag geopend met een korte presentatie door Rens, Rob, Ingrid en Rasmus. Vervolgens konden de deelnemers zelf aan de slag.
En wat daarna gebeurde, maakte misschien wel de meeste indruk.
Ruim vijfendertig mensen werkten gedurende uren met volledige concentratie aan archeologische vondsten uit Maasband. Er werd schoongemaakt, gewogen, gemeten, onderzocht en gefotografeerd. Overal ontstonden gesprekken over oude gebruiksvoorwerpen, bewoning, handel en de geschiedenis van het landschap.
Langzaam begon bij veel deelnemers een belangrijk besef door te dringen: archeologie gaat niet alleen over het verleden, maar ook over het begrijpen van mensen.

Een bijzondere gast
Zelfs aan de ontvangst was gedacht. Cindy verzorgde als gastvrouw de ontvangst van de deelnemers en zorgde ervoor dat iedereen zich direct welkom voelde.
Onder de aanwezigen bevond zich bovendien een bijzondere deelnemer: wethouder Hub Schoenmakers van de gemeente Stein. Zijn aanwezigheid werd door de organisatie enorm gewaardeerd. Het liet zien dat ook vanuit de gemeente belangstelling bestaat voor publieksarcheologie, erfgoedbeleving en lokale geschiedenis. De aanwezigheid van de wethouder gaf extra erkenning aan het belang van lokale archeologie en de inzet van de vele vrijwilligers die zich hiervoor inzetten.
Gedurende de middag nam de wethouder uitgebreid de tijd om met deelnemers, vrijwilligers en specialisten in gesprek te gaan. Daarbij werd zichtbaar hoeveel enthousiasme en betrokkenheid er leefde rondom het project.

Bewoningsgeschiedenis zichtbaar maken
Juist door alle vondsten samen te onderzoeken ontstond langzaam een breder beeld van het verleden van Maasband en omgeving.
Voorzichtig kan inmiddels geconcludeerd worden dat er vanaf de ijzertijd waarschijnlijk sprake is geweest van een vrijwel continue bewoning in het gebied. Iedere gesp, munt, nagel of gebruiksvoorwerp vormt daarin een klein puzzelstukje binnen een veel groter historisch verhaal.
Voor veel deelnemers was het bijzonder om te ervaren dat zelfs kleine of beschadigde objecten van grote waarde kunnen zijn voor archeologisch onderzoek. Niet de schoonheid van een vondst bepaalt immers de betekenis, maar de informatie die het object kan geven over het verleden.
Dat inzicht groeide zichtbaar gedurende de middag.

Geschiedenis die tot leven komt
De uren vlogen voorbij. Toen op een gegeven moment werd aangekondigd dat er nog slechts twintig minuten resteerden, klonk zelfs een voorzichtig boegeroep vanuit de zaal. Voor de organisatie was dat misschien wel het mooiste compliment van de dag.
Wat begon als een experiment groeide uiteindelijk uit tot een overtuigend bewijs dat publieksarcheologie werkt.
Door mensen actief te betrekken ontstaat begrip, enthousiasme en waardering voor erfgoed. Archeologie wordt daardoor geen afstandelijk vakgebied meer, maar iets tastbaars en levends.
Voor veel deelnemers veranderde die middag hun kijk op archeologie volledig. Ze ontdekten hoeveel werk, kennis en samenwerking er nodig is voordat een vondst uiteindelijk in een vitrine of depot terechtkomt.
Maar misschien nog belangrijker: ze ontdekten dat geschiedenis niet iets abstracts is uit een boek, maar iets wat letterlijk onder onze voeten verborgen ligt.
De workshop leverde niet alleen waardevolle onderzoeksgegevens op, maar bracht ook mensen samen rondom een gedeeld verleden.
En juist daarin lag misschien wel de grootste archeologische vondst van die middag.


Tekst: Rens Dormans

Foto’s: Wim Kootsra



 
 
 
E-mailen
Map
Info